Sloffen haken van een rechthoek: gratis beginnerspatroon

Twee beige gehaakte sloffen met gesloten tenen en een open instap naast een crèmekleurige bank
Gratis uitlegBeginnerOp voetmaat

Sloffen haken
van een rechthoek

Een paar zachte pantoffels begint met twee eenvoudige lapjes. Je haakt alleen lossen en vasten; met een voornaad, een gesloten teen en een hielnaad krijgt elk lapje zijn vorm.

Beginnerbasissteken en naaien
2 rechthoekenéén voor iedere slof
Lossen + vastengeen rondes haken
Volwassenenop eigen voetmaat
Hoe kun je eenvoudig sloffen haken?

Haak per voet één rechthoek in vasten. De stekenrichting volgt de voetlengte; de rijen vormen samen de omvang rond de voet. Vouw de lap dubbel, sluit een deel van de bovenkant, trek de teen dicht en naai de achterkant samen. De rest van de bovenkant blijft open.

Warme pantoffels met een eenvoudige opbouw

Deze lage huissloffen zijn een rustig winterproject voor wie al een rechte rij vasten kan haken. Je maakt geen losse zool en hoeft niet te meerderen of minderen. Het model is links en rechts hetzelfde. Werk eerst één slof helemaal af: de tweede krijgt daarna dezelfde passende maten.

Het idee heeft een langere geschiedenis. Nana Slippers van Sarah Wales staat sinds juli 2011 op Ravelry en beschrijft eveneens een beginnersmodel vanuit een rechthoek. De uitleg hieronder is zelfstandig opgesteld, met eigen maatberekeningen en montageaanwijzingen.

Voor je begint: er is voor deze uitleg geen fysiek proefpaar gemaakt. De getallen zijn gecontroleerde rekenvoorbeelden, geen gemeten pasvormgarantie. Maak een proeflapje en pas de eerste slof vóór het definitief afhechten. De vijf AI-beelden zijn illustratief; volg de tekst voor de richting en naden.

Benodigdheden voor een paar sloffen

Vier bollen beige wol met een grijze haaknaald, wolnaald, schaar, meetlint en steekmarkeerders
Een gladde, lichte draad maakt de steken en de naden goed zichtbaar.
  • Glad, middelmatig dik tot wat dikker garen in één kleur, bijvoorbeeld een stevige wolmix die prettig aan je voeten voelt.
  • Een passende haaknaald; ongeveer 5 mm is een mogelijk startpunt bij aran-garen. Beoordeel je eigen lapje.
  • Een stompe wolnaald, kleine schaar en flexibel meetlint.
  • Vier steekmarkeerders en eventueel enkele naaiklemmetjes.

Reserveer als ruime planningsindicatie 200–300 meter voor een volwassen paar, proeflapje en naden. Dit is geen gemeten verbruik. Dikke stof, grote voeten en een andere draad veranderen de hoeveelheid. Koop dezelfde kleur uit hetzelfde verfbad.

Ter vergelijking: DROPS Big Merino bestaat volgens de fabrikant uit 100% wol en heeft ongeveer 75 meter per 50 gram. Vier van zulke bollen leveren dus 300 meter. Dat is een aankoopvoorbeeld, geen getest garenadvies voor precies dit model. De steekverhouding op het productetiket is geen vervanging voor jouw gehaakte proeflapje.

Kies een compacte maar buigzame stof. Heel los werk verliest gemakkelijker zijn vorm; een harde lap vormt zich slecht rond de teen. Wil je slijtvaster garen, bekijk dan ook wolmengsels met polyamide en vergelijk de werkelijke dikte en wasvoorschriften.

Meet je voeten voordat je steken telt

Meet beide voeten met de sokken die je onder de sloffen wilt dragen. Noteer de lengte van hiel tot langste teen en de omtrek rond het breedste deel van de voorvoet. Meet ook rond de wreef; gebruik de grootste van die twee omtrekken als uitgangspunt. Het meetlint sluit aan zonder in de huid te drukken.

L: lengte van de lap

Begin met de gemeten voetlengte plus ongeveer 0,5 cm voor de vorming van teen en hiel. Controleer dit bij de eerste pasbeurt; de benodigde ruimte hangt af van garendikte en naden.

W: breedte van de lap

Begin met de grootste gemeten voetomtrek. Deze breedte wordt rond de voet gevouwen. Neem voor dit eerste model geen vaste procentuele ondermaat over van een sokkenpatroon.

In ons rekenvoorbeeld is de voet 23,5 cm lang en de grootste omtrek 22 cm. De geplande rechthoek wordt dan 24 × 22 cm. Dit zijn aangenomen voorbeeldmaten, geen schoenmaatadvies. Twee mensen met dezelfde schoenmaat kunnen een andere wreefhoogte hebben.

De voornaad bepaalt hoe ver de slof over de wreef sluit. Begin in het voorbeeld met ongeveer 10 cm vanaf de teen. Houd de resterende opening voorlopig ruim genoeg om je voet zonder trekken in te schuiven. De definitieve naadlengte bepaal je tijdens het passen.

Bereken jouw steken en rijen

Haak een lapje groter dan 10 × 10 cm in gewone vasten door beide lussen. Behandel het volgens het garenetiket en laat het plat drogen. Tel in het midden hoeveel vasten en rijen in 10 cm passen. Meet ontspannen, zonder de stof uit te trekken.

Zoals de Craft Yarn Council uitlegt, bepaalt je persoonlijke draadspanning de uiteindelijke maat. Met alleen dezelfde haaknaald krijg je daarom niet automatisch dezelfde afmetingen.

N = L × vasten per 10 cm ÷ 10
R = W × rijen per 10 cm ÷ 10Rond N af op een heel aantal en R op het dichtstbijzijnde even aantal. De beginketting krijgt N + 1 lossen.

Stel dat jouw lapje 15 vasten en 20 rijen per 10 cm geeft. Voor L = 24 cm bereken je 24 × 15 ÷ 10 = 36 vasten. Voor W = 22 cm bereken je 22 × 20 ÷ 10 = 44 rijen. Je zet 37 lossen op. Deze steekverhouding is uitsluitend een rekenvoorbeeld.

Rekenhulp bij uitsluitend 15 vasten en 20 rijen per 10 cm
Geplande lap L × WBeginlossenVasten per rijTotaal rijen
22 × 20 cm343340
24 × 22 cm373644
26 × 24 cm403948

De tabel geeft lapmaten, geen standaardmaten voor voeten. Een even rijenaantal helpt om de hiel netjes in twee gelijke helften te verdelen. Noteer ook je haaknaald en draad: zo kun je de tweede slof nauwkeurig herhalen.

Voor een betere garenschatting weeg je het droge proeflapje. Deel het geplande oppervlak van beide rechthoeken door het gemeten lapoppervlak en vermenigvuldig met het lapgewicht. Houd apart marge voor naden en proefwerk.

Nederlandse steken en afkortingen

Alle termen voor dit patroon
Afkorting of termBetekenis
lLosse.
vVaste.
KeerlosseEén losse vóór het keren; telt hier niet als steek.
NJouw vaste aantal steken in iedere rij.
RJouw totale aantal rijen per rechthoek.

Voor een vaste steek je de haak in de steek, haal je een lus op en haal je daarna een omslag door beide lussen op de haak. Vanaf rij 2 werk je steeds onder beide bovenste lusjes van de vaste. Je gebruikt hier geen achterste-lus-ribbelsteek.

Twee handen haken met een grijze haaknaald gewone vasten in een beige rechthoek
Haak de rechthoek heen en weer in gewone vasten; de keerlosse telt niet mee.

Sloffen haken: de rechthoek stap voor stap

Haak eerst één lap en vorm daarvan een slof. Zo kun je de pasvorm aanpassen voordat je het tweede exemplaar maakt. Alle rijen hebben hetzelfde aantal vasten.

Zet de ketting op

Haak N + 1 lossen, in het voorbeeld 37. De lus op de haak telt niet mee. Houd de ketting soepel: deze rand loopt straks van teen naar hiel en mag niet trekken.

Rij 1: N vasten

Haak 1 vaste in de tweede losse vanaf de haak en 1 vaste in elke volgende losse. Tel N vasten, in het voorbeeld 36. Markeer de eerste en laatste vaste. Haak 1 losse en keer.

Rij 2: houd de randen recht

Haak 1 vaste in de eerste echte steek direct onder de keerlosse. Haak daarna 1 vaste door beide lussen van elke volgende steek, ook de laatste gemarkeerde. Sla de keerlosse van de vorige rij over. Je houdt N vasten. Haak 1 losse en keer.

Herhaal tot jouw breedte klopt

Herhaal rij 2 tot in totaal R rijen: in het voorbeeld rij 3 tot en met 44. De opzetketting is geen rij. Meet na enkele rijen de stekenrichting voor L; meet de groeirichting voor W. Iedere voorbeeldrij telt 36 vasten, de hele voorbeeldlap 36 × 44 = 1584 vasten.

Bereid de montage voor

Hecht af, laat een bruikbare draadstaart en werk de lap volgens het etiket af. Trek hem niet op een grotere maat. Markeer één korte zijrand als teen en de tegenoverliggende korte zijrand als hiel. De beginketting en de laatste rij zijn de lange randen die boven op de voet samenkomen.

Twee beige rechthoeken in vasten met steekmarkeerders op een linnen ondergrond
De basis blijft een eenvoudige rechthoek. Maak de tweede pas nadat de eerste slof prettig past.

Van een lap naar een slof: drie verbindingen

Leg de lap met de gewenste buitenkant naar boven. Vouw de breedte W dubbel, zodat de beginketting en de laatste rij op elkaar liggen. De lange vouw komt onder de voet. De twee korte randen liggen elk dubbel: één bij de teen, één bij de hiel. Naai aan de buitenkant met kleine steken, zodat je de vorm tijdens het passen goed kunt beoordelen.

1. Sluit het voorste deel boven op de voet

Verbind vanaf de teen de beginrand met de laatste rij. Steek door overeenkomstige randlussen, één positie van de beginketting tegenover één vaste van de eindrij. Naai met kleine overhandse steken en laat de stof vlak aansluiten.

Bij 15 vasten per 10 cm staat een voornaad van 10 cm voor 15 steekparen. Verbind in het voorbeeld eerst die 15 van de 36 posities. Laat de overige 21 posities aan beide randen open. Hecht de naaddraad voorlopig vast met enkele gemakkelijk los te maken steekjes; knip hem nog niet kort.

2. Trek de korte teenrand dicht

Neem een aparte draad en rijg door de stevige randlussen van alle rij-uiteinden langs de hele korte teenrand. Bij 44 rijen zijn dat 44 rij-uiteinden. Je rijgt dus rondom de voorste opening, door beide helften van de gevouwen rand; niet alleen langs de bovenste laag.

Trek de draad geleidelijk aan tot het gaatje sluit. Verdeel de plooitjes rond de teen en zet de sluiting met enkele kruissteken vast. Trek niet zo hard dat het garen breekt of een harde knobbel ontstaat. Controleer de verbinding met de voornaad op een achtergebleven opening.

3. Naai de hielrand samen

De overgebleven korte zijrand is de hiel. Leg de twee helften gelijk en verbind vanaf de onderste vouw richting de open bovenkant. Bij 44 rijen heb je twee helften van 22 rij-uiteinden: verbind die in 22 paren. Pak stevige randlussen, houd de spanning gelijk en sluit de hele hielrand.

Stop bij de bovenrand. De resterende stukken van beginketting en eindrij vormen samen de instapopening en blijven los van elkaar. Er loopt geen naad onder de voetzool: daar zit alleen de vouw.

Beige gehaakte slof met een gesloten hiel en een losse draad naast een wolnaald
De teen wordt dichtgeregen. De bovenkant blijft achter de korte voornaad open om je voet in te schuiven.

Passen, draadjes wegwerken en de tweede slof

Verwijder alle klemmetjes en losse hulpmiddelen. Schuif je voet voorzichtig in de slof. Je tenen moeten ontspannen liggen; de hiel hoort aan te sluiten zonder naar beneden te trekken. Pas zittend voordat je de naden definitief vastzet.

Kom je moeilijk naar binnen terwijl de voetruimte klopt, maak dan enkele steekparen van de voornaad los. Zakt de slof bij de hiel af, probeer de voornaad iets verder te sluiten, maar controleer telkens de instap. Extra naadlengte verhelpt geen veel te brede lap.

Werk de draden door meerdere steken aan de binnenzijde, wissel van richting en knip pas af als de pasvorm klopt. Haak de tweede lap met dezelfde definitieve aantallen en gebruik dezelfde naadlengte. Vergelijk beide sloffen naast elkaar, ontspannen en droog.

De gehaakte onderkant heeft geen ingebouwde antisliplaag. Voor gebruik op gladde vloeren kun je een voor gebreide of gehaakte sloffen bedoeld antislipproduct volgens de productinstructies aanbrengen. Laat het volledig drogen en controleer de grip. Was en droog de sloffen volgens het garenetiket; vilten hoort niet bij deze werkwijze.

Veelvoorkomende problemen oplossen

De slof is te kort

Controleer L en de ruimte die de teenplooi inneemt. Voor een langere lap heb je meer vasten per rij nodig; extra rijen maken de slof vooral wijder. Pas de eerste lap aan vóór je de tweede maakt.

De wreef knelt

Maak eerst een stukje voornaad los. Knelt ook de stof rond de voet, dan is W te klein of het haakwerk te stug. Meer rijen vergroten W; beoordeel daarna opnieuw de opening.

Er blijft een gaatje bij de teen

Controleer of je alle rij-uiteinden hebt meegenomen. Sluit het laatste gaatje met kleine kruissteken en verstevig het kruispunt met de voornaad zonder een harde prop te maken.

De tweede slof wordt groter

Tel steken én rijen en vergelijk de droge steekverhouding. Losser haken geeft bij gelijke aantallen toch een andere maat. Controleer dit vroeg en pas je draadspanning of proeflapje aan.

Eenvoudige variaties voor koude dagen

Een effen beige, petrolblauwe of donkergroene draad geeft een rustig resultaat. Voor een subtiele streep wissel je kleur na een volledige rij; de strepen lopen dan langs de voetlengte. Houd de dikte en wasvoorschriften gelijk en werk de extra draden vlak weg.

Wil je een cadeaupaar maken, vraag dan voetlengte en omtrek op in plaats van alleen een schoenmaat. Bewaar de maatnotities bij de sloffen. Een extra boord verandert de instap en is voor dit eerste model niet nodig.

Zin in een bijpassend winterproject? Bekijk de polswarmers zonder vingers, de eenvoudige ribbelmuts of de omslagdoek met grannysteek. Ieder model heeft een eigen maatberekening.

Techniekvideo: een gewone vaste haken

De DROPS-video over vasten toont de eerste rij in de lossenketting en vervolgens het werken door beide lussen. De video heeft geen gesproken geluid; er staat Nederlandse uitleg bij. Gebruik voor de maten en montage de stappen in dit artikel.

Bekijk de techniekvideo

Ook Yarnspirations heeft een les met video over single crochet. Dat is de Amerikaanse term voor een vaste.

Veelgestelde vragen over sloffen haken

Hoeveel lossen moet ik opzetten?

Bereken N uit je geplande laplengte en eigen steekverhouding, en zet N + 1 lossen op. In het voorbeeld van 24 cm en 15 vasten per 10 cm zijn dat 37 lossen voor 36 vasten.

Moet ik in het rond kunnen haken?

Nee. Beide lapjes bestaan uit rechte rijen vasten. De gesloten vorm ontstaat daarna door naaien en het dichttrekken van de teenrand.

Welke schoenmaat heeft het voorbeeld?

Er is geen vaste schoenmaat aan gekoppeld. De voorbeeldlap is 24 × 22 cm voor een aangenomen voetlengte van 23,5 cm en voetomtrek van 22 cm. Pas de eerste slof op je eigen voet.

Kan ik dikker garen gebruiken?

Ja, als de stof soepel genoeg blijft. Maak een nieuw proeflapje en bereken N en R opnieuw. Dezelfde aantallen geven met dikker garen meestal grotere lapjes en andere naden.

Zijn dit buitensloffen?

Nee. Het model heeft alleen een zachte gehaakte onderkant. Het is bedoeld als huisslof; een gehaakte zool is geen waterdichte of slijtvaste buitenschoenzool.

Kan ik ze voor kinderen maken?

Deze uitleg en pascontroles richten zich op volwassenen. Kies voor kinderen een afzonderlijk patroon met passende maten en een geschikte zoolafwerking. Alleen minder steken opzetten is geen volledige maatconversie.

Bewaar het patroon in het kort

  1. Meet je voet en haak een behandeld proeflapje.
  2. Bereken N steken voor L en een even aantal R rijen voor W.
  3. Zet N + 1 lossen op; haak iedere rij N vasten.
  4. Vouw W dubbel, sluit de korte voornaad, trek de teen dicht en naai de hiel.
  5. Pas, werk af en maak de tweede slof met de passende aantallen.

Rekenvoorbeeld: uitsluitend bij 15 vasten en 20 rijen per 10 cm geeft 37 lossen, 36 vasten per rij en 44 rijen een geplande lap van 24 × 22 cm. Begin met 15 steekparen voor de voornaad en controleer de pasvorm.

Bronnen en verdere uitleg

Geraadpleegd op 28 oktober 2026. De bronnen ondersteunen basissteken, gareninformatie, proeflapjes en de historische projectkeuze. De Nederlandse werkwijze en rekenvoorbeelden zijn zelfstandig beschreven.

Je volgende rustige winterproject

Bewaar de uitleg en je eigen maatnotities. Met twee rechte lapjes en aandacht voor de pasvorm maak je een eenvoudig paar huissloffen.

1 thought on “Sloffen haken van een rechthoek: gratis beginnerspatroon”

Leave a Comment