Kerstster bloem haken: gratis poinsettia patroon

Gratis haakpatroonKerstbloemBasissteken

Kerstster bloem haken

Een bordeauxrode poinsettia met twee lagen, drie groene bladeren en een geel hart. Je haakt de onderdelen apart rond een lossenketting en naait ze daarna tot één feestelijke bloem.

Naar het volledige patroon ↓
Bordeauxrode gehaakte kerststerbloem met twee lagen, drie groene bladeren en een rond geel hart op crème linnen.
Een gehaakte kerstbloem als losse decoratie of applicatie.

Hoe kun je een kerstster bloem haken? Maak vijf grote en vijf kleine rode blaadjes, drie groene bladeren en een geel rondje. Haak elk blad rondom een lossenketting, met een picot aan de punt. Naai de rode delen in twee verspringende lagen samen en bevestig de bladeren en het hart.

2 rode lagenVijf blaadjes per laag
3 bladerenIn dennengroen
14 onderdelenInclusief het gele hart
Zonder vullingLicht en vrijwel plat

Een kerstbloem van kleine losse onderdelen

Met dit patroon maak je een poinsettia als textiele decoratie. De rode, puntige vormen noemen we hieronder voor het gemak blaadjes of schutbladen. Ze krijgen hun vorm door de afwisseling van lage en hoge steken. Je hoeft geen hele bloem in één ingewikkelde toer te maken: ieder onderdeel begint opnieuw met een korte ketting.

De kleine rode blaadjes komen verspringend op de grote laag. Dit is een vervolgproject voor wie lossen, vasten en stokjes kent. Oefen eerst één groot blaadje.

Patroonverantwoording: dit is een zelfstandig uitgewerkte RUZVO-werkwijze met een gecontroleerde steektelling. Het ontwerp is niet fysiek proefgehaakt. De foto’s zijn AI-illustraties van vorm, kleuren en werkvolgorde, geen teltekeningen. Eindmaat en verbruik zijn richtlijnen; controleer de pasvorm van de lagen tijdens het samenvoegen.

Materialen voor één poinsettia

  • Glad katoengaren in bordeauxrood, dennengroen en mosterdgeel, alle drie van dezelfde dikte.
  • Een passende haaknaald van ongeveer 2,5–3 mm.
  • Een stompe stopnaald en een kleine schaar.
  • Een meetlint, enkele markeerders en eventueel een blokmat met roestvrije spelden.

Een voorbeeld is DROPS Safran: de fabrikant vermeldt 100% katoen en circa 160 meter per 50 gram. Gebruik die gegevens om een vergelijkbare draad te kiezen, niet als garantie voor jouw eindmaat. Leg voor de voorraadplanning een bol rood en kleinere hoeveelheden groen en geel klaar. Een exact aantal grammen per bloem is hier niet gemeten.

Glad katoen laat de lossenketting en de afzonderlijke steekhoogtes goed zien. Zeer pluizig garen maakt vooral de teruggaande kant lastiger. Gebruik voor beide rode lagen hetzelfde garen en dezelfde naald; anders kan het maatverschil groter of juist kleiner worden dan bedoeld.

Je hebt geen vulling, ijzerdraad, kralen of lijm nodig. Bewaar de aangegeven montagedraden aan de basis.

Bordeauxrood, groen en geel katoengaren met grijze haaknaald, schaar, stopnaald, meetlint en markeerders.
Drie kleuren van dezelfde garendikte houden de lagen in verhouding.

Maat en spanning beoordelen

De beoogde bloemdiameter is ongeveer 8–10 cm bij dun katoen. Dit is een ontwerpdoel, geen gemeten proefmodel. De lengte van je losse ketting, de hoogte van je stokjes en de overlap in het midden bepalen samen het werkelijke formaat. Meet de bloem pas na montage van punt tot tegenoverliggende buitenrand.

Voor een losse applicatie is een volledige stekenverhouding in steken per tien centimeter minder nuttig dan een proefblaadje. Haak één groot en één klein rood deel. Laat ze ontspannen liggen en controleer of het kleine duidelijk korter is. Ze mogen licht natuurlijk welven, maar horen niet als een strakke spiraal op te rollen.

Illustratieve maatberekening: als jouw grote blaadje van basis tot punt 4,5 cm meet en iedere basis ongeveer 0,5 cm onder het midden valt, ligt de uitgestrekte spanwijdte van twee tegengestelde blaadjes rond 2 × (4,5 − 0,5) = 8 cm. Bij vijf punten is de echte grootste breedte afhankelijk van hun richting. Dit voorbeeld voorspelt jouw afgewerkte diameter dus niet exact.

Afkortingen en de kleine picotpunt

AfkortingNederlandse betekenisAmerikaanse term
lLossech
hvHalve vastesl st
vVastesc
hstHalf stokjehdc
stStokjedc
picot3 l, 1 hv in de eerste van die 3 lEigen definitie in dit patroon

Een half stokje maak je met een omslag vóór het insteken. Haal een lus op en haal daarna een nieuwe omslag door alle drie lussen op de naald. Voor een stokje maak je eveneens een omslag, haal je een lus op en werk je de drie lussen in twee stappen af: eerst door twee, daarna door de laatste twee.

De picot vormt het kleine puntje. Haak drie lossen vanaf de laatste vaste, steek in de eerste losse van dat nieuwe groepje en maak daarin één halve vaste. Je sluit dus de drie nieuwe lossen, niet de oorspronkelijke opzetketting. De picot telt apart en hoort niet bij de telling van de gewone bladsteken.

Bekijk eventueel DROPS: een kleine picot haken voor het principe van een lossenpuntje. De video sluit zijn variant met een vaste; in dit RUZVO-patroon gebruik je de hierboven beschreven halve vaste. Houd die ene variant aan voor alle dertien bladpunten.

Stap voor stap de rode en groene blaadjes haken

Stap 1 — Begrijp de richting rond de ketting

Elk blaadje bestaat uit één omloop rond een lossenketting. Je gaat langs de ene zijde naar de punt, maakt de punt in de laatste losse en gaat langs de andere zijde terug naar de basis. Je keert het werk niet om zoals bij gewone rechte rijen; je draait het onderdeel mee om de ketting heen.

Begin aan de heengaande kant onder één lusje van iedere losse, zodat aan de andere kettingzijde ongebruikte lusjes bereikbaar blijven. Werk op de teruggaande kant in die ongebruikte lusjes van dezelfde lossen. Steek niet in de bovenkant van de zojuist gemaakte stokjes. De opzetketting blijft als een middenlijn zichtbaar.

Stap 2 — Haak vijf grote rode schutbladen

Maak met rood een opzetlus en haak 12 lossen, met een begindraad van circa 15 cm. De lus op de naald telt niet mee. Begin in de tweede losse vanaf de naald; er zijn elf werkposities beschikbaar.

  1. Heengaande zijde: haak achtereenvolgens 1 v, 1 hst, 6 st, 1 hst en 1 v. Werk elke genoemde steek in een volgende losse. Dit gebruikt de eerste tien werkposities.
  2. Punt: werk in de elfde en laatste losse: 1 v, 1 picot en nog 1 v. Beide vasten komen in dezelfde oorspronkelijke losse.
  3. Teruggaande zijde: draai het werk mee. Haak in de ongebruikte lusjes van de tien eerdere kettingposities achtereenvolgens 1 v, 1 hst, 6 st, 1 hst en 1 v.
  4. Sluiten: maak 1 hv in de eerste vaste van de heengaande zijde. Knip af met circa 25 cm draad voor de montage en haal de draad door de laatste lus.

Het grote blaadje bevat 22 gewone steken plus één picot: tien heen, twee vasten aan de punt en tien terug. Die 22 bestaan uit 6 vasten, 4 halve stokjes en 12 stokjes. De sluitende halve vaste en de drie lossen met hun halve vaste in de picot tellen niet bij die 22.

Maak in totaal vijf grote rode blaadjes. Leg ze naast elkaar voordat je verdergaat. Houd de lange montagedraad bij de basis; de picot ligt aan het tegenoverliggende uiteinde. Werk de korte begindraad alvast voorzichtig weg langs de achterkant van de middenketting.

Twee handen haken een langwerpig bordeauxrood blaadje rond een lossenketting met een grijze haaknaald.
Een blaadje krijgt zijn vorm door de verschillende steekhoogtes rond de middenketting.

Stap 3 — Haak vijf kleine rode schutbladen

Voor het kleine deel gebruik je dezelfde opbouw met een kortere ketting en minder stokjes. Begin met rood en 10 lossen. Werk vanaf de tweede losse; er zijn nu negen werkposities.

  1. Haak aan de eerste zijde 1 v, 1 hst, 4 st, 1 hst, 1 v, telkens in een volgende losse. Dit gebruikt acht posities.
  2. Haak in de laatste, negende losse 1 v, 1 picot, 1 v.
  3. Werk langs de andere kettingzijde terug: 1 v, 1 hst, 4 st, 1 hst, 1 v in de acht ongebruikte kettinglusjes.
  4. Sluit met 1 hv in de eerste vaste. Laat circa 25 cm montagedraad over en hecht af.

Een klein blaadje heeft 18 gewone steken plus één picot: acht heen, twee vasten aan de punt en acht terug. Dat zijn 6 vasten, 4 halve stokjes en 8 stokjes. Maak vijf stuks met dezelfde spanning en werk alleen de korte begindraden weg.

Stap 4 — Haak drie groene bladeren

Gebruik groen en volg precies het grote blaadje uit stap 2: 12 lossen, de verdeling met zes stokjes per zijde en één picot. Maak drie bladeren met elk 22 gewone steken. Laat aan ieder blad ongeveer 25 cm draad bij de basis over voor het vastnaaien.

Leg alle onderdelen vlak. Wil je ze vormen, maak ze dan licht vochtig volgens de aanwijzingen van het gekozen garen en laat ze volledig drogen. Zet de picot rustig in vorm zonder hard te trekken. Maak alle rode delen op dezelfde manier vochtig, zodat een behandeling het onderlinge maatverschil niet verstoort.

OnderdeelAantalOpzet per deelGewone steken per deel
Groot rood blaadje512 l22 + apart 1 picot
Klein rood blaadje510 l18 + apart 1 picot
Groen blad312 l22 + apart 1 picot

Stap 5 — Haak het gele hart

Het hart is een klein plat rondje met twee gesloten toeren. Je begint met twee lossen, zodat je geen magische ring hoeft te maken. Gebruik geel en laat ongeveer 15 cm begindraad over.

  1. Toer 1: haak 2 l en daarna 6 v in de tweede losse vanaf de naald. Sluit met 1 hv in de eerste vaste. Er zijn 6 v.
  2. Toer 2: haak 1 l, die niet meetelt. Haak 2 v in elk van de zes vasten. Begin in dezelfde eerste vaste waarin de sluitende halve vaste zit. Sluit met 1 hv in de eerste nieuwe vaste. Er zijn 12 v.
  3. Knip af met ongeveer 30 cm draad. Haal de draad door de laatste lus en werk de begindraad op de achterkant weg.

Haak niet in de oude sluitende halve vaste of de beginlosse: die leveren geen extra werkposities op. Het rondje bevat samen 18 vasten over twee toeren. Het is een ongevuld schijfje; je maakt geen bolletje en voegt geen kralen toe.

Vijf grote en vijf kleine rode blaadjes, drie groene bladeren en een geel rondje liggen los voor de montage.
Voor montage: tien rode blaadjes, drie groene bladeren en één geel rondje.

De kerststerbloem samenvoegen

Stap 6 — Maak twee afzonderlijke rode lagen

Leg de vijf grote rode blaadjes in een kring met alle basissen naar binnen en alle picots naar buiten. Verdeel ze ongeveer gelijkmatig als vijf spaken. De basissen mogen elkaar een beetje overlappen, maar stapel ze niet allemaal op één dikke hoop.

Rijg met één rode montagedraad door twee stevige steken aan de basis van ieder blaadje. Trek de basissen voorzichtig samen tot een kleine middenopening. Ga nogmaals langs alle vijf basissen en zet de ring met enkele kleine naaisteken vast. Het midden hoeft niet volledig dicht: het gele rondje bedekt het later. Trek niet zo hard dat de blaadjes rechtop gaan staan.

Maak op dezelfde manier een tweede ring van de vijf kleine rode blaadjes. Leg die bovenop de grote ring en draai hem zo dat iedere kleine punt tussen twee grote punten ligt. Controleer rondom of alle tien punten zichtbaar blijven. Naai de twee ringen met rood op vijf plaatsen bij hun basissen aan elkaar. Laat de buitenste delen vrij voor het gelaagde effect.

Stap 7 — Bevestig de drie groene bladeren

Draai de bloem voorzichtig om. Verdeel de groene bladeren onder de grote rode laag, bijvoorbeeld met de punten op ongeveer tien uur, twee uur en zes uur. Steek alleen de basis van ieder groen blad voldoende ver onder het midden om hem stevig vast te kunnen naaien.

Gebruik de groene einddraden om iedere basis met meerdere kleine steken aan de achterzijde van de grote rode ring vast te zetten. Pak stevige steekdelen mee. Controleer de voorkant tussendoor: groene naaisteken horen niet als strepen over de rode blaadjes te lopen. Zet elk blad zo vast dat het bij een zachte trek niet losdraait.

Stap 8 — Naai het gele rondje op het midden

Leg het gele hart over de opening en controleer of de gezamenlijke basissen eronder verdwijnen. Naai met de gele einddraad langs de rand van het rondje. Neem daarbij onderliggende rode basissteken mee en zet het schijfje rondom vast, zonder de lange rode bladvlakken met geel te doorsteken.

Werk alle resterende draden op de achterkant door meerdere steken weg en verander minstens eenmaal van richting. Knip pas af als de lagen stevig zitten. Leg de bloem weer met de voorkant boven en vorm de punten rustig met je vingers. Een beetje natuurlijke welving mag blijven.

Gehaakte kerststerbloem met een stopnaald en gele draad bij het ronde hart voor de afwerking.
Het gele rondje bedekt de verbinding van de twee rode lagen.

Stap 9 — Gebruik als decoratie of applicatie

Leg de bloem los op een kersttafel of naai haar op een textiel cadeauzakje. Bevestig een applicatie op meerdere plaatsen rond de stevige achterkant van het midden, zodat het gewicht niet aan één blaadje hangt. Controleer eerst of je ondergrond de naaisteken goed kan dragen.

Voor een hanger kun je apart een lossenketting van ongeveer 10 cm maken en beide uiteinden stevig aan de achterkant bij het midden naaien. Dit is een optionele toevoeging; de afgebeelde basisbloem heeft geen lus. Het patroon is voor decoratie bedoeld en is geen uitgewerkte pannenlap of speelgoedconstructie.

Problemen oplossen en kleuren variëren

ProbleemWat controleer je?
Het blad draait om zichzelfControleer of de opzetketting te strak is. Haak een nieuw proefdeel met een ontspannen ketting en dezelfde steekverdeling.
De ene zijde is langerTel de stokjes aan beide kanten en controleer of je op de terugweg geen kettingpositie oversloeg.
Er zit een gat bij de puntBeide puntvasten horen in dezelfde laatste opzetlosse. De picot is een afzonderlijk groepje erboven.
Het kleine blad is even lang als het groteControleer 10 tegenover 12 opzetlossen en vier tegenover zes stokjes per zijde.
Het midden wordt dikLaat de basissen naast elkaar overlappen in een ring. Stapel niet alle volledige blaadjes over elkaar.
Het gele rondje gaat golvenToer 2 heeft precies twaalf vasten. Controleer of je de beginlosse of sluiting hebt meegehaakt.

Vervang bordeaux door gebroken wit voor een zachte wintervariant. Voor twee rode tinten kies je garens van gelijke dikte.

Combineer de bloem met ons gehaakte cadeauzakje of een kerststrik. Zoek je juist een geometrische boomhanger, bekijk dan de kerstster met vijf punten. Die heeft een andere opbouw dan deze bloem.

Bewaar de poinsettia na de feestdagen droog en vrijwel plat. Leg geen zware dozen op de punten. Reinig voorzichtig volgens het etiket van je garen en eventuele ondergrond; een wasadvies voor los katoen geldt niet automatisch voor een complete versierde tas of verpakking.

Veelgestelde vragen over een poinsettia haken

Kan ik deze kerststerbloem als beginner haken?

Ja, als je de basissteken herkent. Oefen eerst één groot blaadje en de picot. Rond een ketting haken vraagt aandacht voor de ongebruikte lusjes aan de teruggaande kant.

Hoeveel blaadjes moet ik maken?

Vijf grote rode, vijf kleine rode en drie groene. Met het gele rondje erbij maak je veertien losse onderdelen.

Moet ik een magische ring gebruiken?

Nee. De blaadjes beginnen met een lossenketting en het hart met twee lossen. De zes eerste vasten van het hart komen samen in de tweede losse.

Waarom telt de picot niet mee bij de bladsteken?

De telling van 22 of 18 betreft de twee zijden en de twee vasten in de puntlosse. De picot is een extra groepje van drie lossen en een halve vaste en wordt apart gecontroleerd.

Kan ik de groene bladeren weglaten?

Ja. Maak dan alleen de twee rode lagen en het gele hart. De rode bloem blijft hetzelfde; de achterkant heeft minder onderdelen en wordt iets dunner.

Moet ik de bloem verstevigen?

Dat hoeft niet voor een zachte applicatie. Probeer eerst licht vochtig vormen. De mate van stevigheid hangt af van het garen, je spanning en de toepassing.

Bronnen en technische verantwoording

Geraadpleegd op 4 november 2026. De bronnen ondersteunen garengegevens, terminologie en het bestaande kerstbloemmotief. Het RUZVO-patroon hierboven gebruikt een eigen opbouw met afzonderlijke blaadjes; er is geen compleet extern patroon vertaald.

Leave a Comment