Sneeuwvlok haken: gratis patroon voor beginners

Zes witte gehaakte sneeuwvlokken als winterse kerstversiering
Gratis patroon Voor beginners Winterdecoratie

Sneeuwvlok haken met zes luchtige punten

Met drie korte toeren, eenvoudige basissteken en decoratieve picots maak je een lichte sneeuwvlok voor de kerstboom, een winterslinger of een cadeautje.

45–60 minwerktijd
9–11 cmdiameter
5–8 ggaren
Makkelijkniveau
Hoe haak je eenvoudig een sneeuwvlok? Haak twaalf stokjes in een magische ring en verdeel daar in de tweede toer zes lossenbogen over. In iedere boog haak je vervolgens één symmetrische punt met een kleine picot aan beide zijkanten en een grotere picot bovenaan. Werk de draadjes weg en span de sneeuwvlok vochtig op om de zes punten mooi gelijk te maken.

Een snelle gehaakte sneeuwvlok voor beginners

Een sneeuwvlok haken is een fijn klein project wanneer je een restje wit katoen wilt gebruiken. Het patroon bestaat uit slechts drie toeren. Toch krijgt de sneeuwvlok een duidelijke winterse vorm, omdat iedere punt drie kleine uitsteeksels heeft. De open lossenbogen maken het resultaat luchtig en laten de zes punten goed uitkomen.

Je hoeft voor dit patroon niet voortdurend te tellen. Als er na de tweede toer zes gelijke bogen zichtbaar zijn, haak je in iedere boog precies dezelfde stekenreeks. De picots lijken misschien verfijnd, maar ze bestaan alleen uit lossen en een halve vaste.

  • Snel klaar: één sneeuwvlok kost meestal minder dan een uur.
  • Weinig materiaal: een klein restje katoen is voldoende.
  • Veel toepassingen: hanger, slinger, raamdecoratie of cadeaulabel.
  • Makkelijk te herhalen: maak een rustige set in één kleurenpalet.

Belangrijk verschil: deze sneeuwvlok is platter en fijner dan de gehaakte kerstster. De drie picots per punt geven hem de herkenbare vertakte sneeuwvlokvorm.

Benodigdheden voor de sneeuwvlok

Wit katoengaren, haaknaald en hulpmiddelen voor een gehaakte sneeuwvlok
Met glad katoen, een passende haaknaald en enkele roestvrije spelden kun je direct beginnen.

Dit heb je nodig

  • 5–8 g glad katoengaren, ongeveer 125 m per 50 g
  • Haaknaald 2,5 mm
  • Wolnaald en kleine schaar
  • Steekmarkeerder, optioneel
  • Spankussen of dikke handdoek
  • Roestvrije spelden
  • Textielversteviger of verdunde hobbylijm, optioneel

Welk garen werkt het best?

Glad gemerceriseerd katoen geeft scherpe punten en laat de openingen mooi zien. Gewoon haakkatoen werkt ook. Gebruik voor je eerste sneeuwvlok liever geen pluizig of zeer elastisch garen, omdat de picots dan minder duidelijk worden.

Klassiek winterwit

Wit of crème katoen geeft een rustige sneeuwvlok die past bij hout, dennengroen en natuurlijke kerstdecoratie.

Feestelijk accent

Lichtblauw, zilvergrijs of zacht goud geeft hetzelfde patroon een feestelijke uitstraling zonder de steken te verbergen.

Steken en afkortingen

AfkortingSteekGebruik
llosseBogen, picots en ophanglus
hvhalve vasteToeren en picots sluiten
vvasteBegin en einde van iedere punt
hsthalf stokjeGeleidelijke opbouw van de punt
ststokjeMiddenring en hoogte van de punten
MRmagische ringGesloten midden van de sneeuwvlok
picotlossenlusje met halve vasteVertakkingen aan iedere sneeuwvlokpunt

Zo haak je een picot: haak het aangegeven aantal lossen. Steek de haaknaald door de eerste van die lossen en haak een halve vaste. Trek niet te strak aan, zodat het lusje zichtbaar blijft.

Het midden van de sneeuwvlok haken

De drie beginlossen van de eerste toer tellen als het eerste stokje. Sluit iedere toer met een halve vaste. Zo blijft het midden vlak en kun je het begin van de volgende toer gemakkelijk vinden.

1

Maak een magische ring

Leg het garen in een lus, steek de haaknaald door de ring en haal de werkdraad op. Haak 3 lossen. Deze drie lossen tellen als het eerste stokje van toer 1.

Begin: MR + 3 l

2

Haak twaalf stokjes

Haak nog 11 stokjes in de magische ring. Trek voorzichtig aan het korte begindraadje tot het gat in het midden sluit.

Toer 1: 12 stokjes inclusief de beginlossen

3

Sluit de eerste toer

Steek de haaknaald in de bovenste van de drie beginlossen en haak een halve vaste. Controleer of er precies twaalf steken rond het midden liggen.

Middenring gesloten · 12 steken

Begin van een gehaakte sneeuwvlok met twaalf stokjes in een magische ring
De eerste toer bestaat uit twaalf stokjes die gelijkmatig rond de gesloten magische ring liggen.
4

Begin de eerste lossenboog

Haak 1 losse; deze telt niet als steek. Haak 1 vaste in dezelfde steek waarin je de vorige toer sloot. Haak daarna 5 lossen en sla de volgende steek over.

Eerste anker + begin van boog 1

5

Verdeel de vaste ankersteken

Haak 1 vaste in de volgende steek. Herhaal daarna nog vier keer: 5 lossen, sla 1 steek over en haak 1 vaste in de volgende steek. Je hebt nu zes vaste ankersteken en vijf volledige bogen.

Ankers in steek 1, 3, 5, 7, 9 en 11

6

Maak en sluit de zesde boog

Haak nog 5 lossen, sla de laatste ongebruikte steek over en sluit met een halve vaste in de eerste vaste. Tel nu zes even grote openingen rondom de middenring.

Toer 2: 6 vasten en 6 lossenbogen

Zes vertakte sneeuwvlokpunten haken

Iedere lossenboog krijgt dezelfde stekenreeks. De kleine picots vormen de zijtakjes en de grotere picot van vijf lossen vormt de top. Haak alle steken van één punt in dezelfde boog.

7

Ga naar de eerste boog

Haak 1 halve vaste in de eerste lossenboog. Haak in diezelfde boog 1 vaste. Dit is de lage linkerkant van de eerste sneeuwvlokpunt.

Begin van punt 1

8

Maak het eerste zijtakje

Haak 3 lossen en sluit met een halve vaste in de eerste van deze drie lossen. Je hebt nu een kleine picot. Haak daarna 1 half stokje en 1 stokje in dezelfde boog.

Kleine picot aan de linkerkant

9

Haak de bovenste punt

Haak 5 lossen en sluit met een halve vaste in de eerste van deze vijf lossen. Houd deze grote picot iets losser dan de twee zijpicots, zodat de punt na het opspannen langer blijft.

Grote toppicot van 5 lossen

10

Maak de rechterkant symmetrisch

Haak in dezelfde boog 1 stokje en 1 half stokje. Haak vervolgens 3 lossen en sluit met een halve vaste in de eerste van deze drie lossen.

Kleine picot aan de rechterkant

11

Sluit de eerste punt

Haak 1 vaste in dezelfde lossenboog. De volledige reeks is nu: 1 v, kleine picot, 1 hst, 1 st, grote picot, 1 st, 1 hst, kleine picot, 1 v.

Punt 1 van 6 voltooid

Gehaakte sneeuwvlok waarbij de zes punten met picots worden gevormd
Iedere punt heeft twee kleine zijpicots en één grotere picot aan de bovenkant.
12

Herhaal de punt in iedere boog

Ga direct naar de volgende lossenboog en herhaal de volledige stekenreeks. Haak op dezelfde manier verder tot alle zes bogen een punt hebben.

Toer 3: 6 identieke punten

13

Sluit en hecht af

Sluit met een halve vaste in de eerste vaste van de eerste punt. Knip het garen af met ongeveer 12 cm draad, haal de draad door de laatste lus en trek voorzichtig aan.

Haakwerk voltooid

Telcontrole: je sneeuwvlok heeft nu zes grote toppicots en twaalf kleinere zijpicots. Ontbreekt er één, haal dan alleen terug tot het begin van die punt.

De sneeuwvlok opspannen en afwerken

Direct van de haak kan de sneeuwvlok een beetje krullen. Dat is normaal. Door hem vochtig op te spannen worden de zes punten gelijk en komen de openingen duidelijk naar voren.

Natte gehaakte sneeuwvlok symmetrisch opgespannen met roestvrije spelden
Speld eerst de zes grote punten vast en breng daarna de twaalf kleine zijpicots in vorm.
14

Werk de draden weg en span op

Werk beide draadeinden aan de achterkant door meerdere steken. Maak de sneeuwvlok licht vochtig en leg hem op een spankussen of dubbelgevouwen handdoek. Speld eerst de zes grote toppicots op gelijke afstand vast en daarna de kleine zijpicots. Laat volledig drogen.

Vlakke vorm met zes gelijke punten

15

Voeg een ophanglus toe

Bevestig het garen in één grote toppicot, haak 20 lossen en sluit met een halve vaste in hetzelfde punt. Hecht stevig af. Voor extra stevigheid kun je de droge sneeuwvlok dun behandelen met textielversteviger volgens de aanwijzingen op de verpakking.

Sneeuwvlok klaar om op te hangen

Zonder zichtbare ophanglus: rijg een dun wit draadje of transparant ophangkoord door de grote toppicot. Zo blijft de gehaakte vorm volledig zichtbaar.

Vier eenvoudige variaties

Kleine sneeuwvlok

Gebruik dun haakkatoen en haaknaald 1,75–2 mm. Het patroon blijft gelijk, maar de diameter wordt kleiner.

Zachte winterslinger

Haak meerdere sneeuwvlokken in wit, crème en lichtgrijs en verbind ze met een lange lossenketting.

Cadeaudecoratie

Laat de lange ophanglus weg en bind de sneeuwvlok met een kort katoenen draadje op een ingepakt cadeau.

Feestelijke rand

Gebruik voor alleen toer 3 een subtiel glansgaren. Het midden blijft rustig terwijl de vertakte punten licht opvallen.

Veelgemaakte fouten en oplossingen

Er zijn geen zes bogen

Controleer toer 1 op twaalf stokjes. In toer 2 haak je steeds één vaste en sla je daarna precies één steek over.

De punten zijn ongelijk

Controleer per boog de volledige symmetrische stekenreeks en houd vooral de lossen van alle picots even los.

Het midden trekt bol

Haak toer 1 iets losser of gebruik een kwart maat grotere haaknaald. Span het midden vlak zonder de ring te forceren.

De sneeuwvlok blijft slap

Katoen wordt strakker na nat opspannen. Wil je een stijve hanger, breng dan na het opspannen een dunne laag textielversteviger aan.

Wassen en bewaren

Was een onbehandelde katoenen sneeuwvlok voorzichtig met de hand. Druk het water in een handdoek uit, span hem opnieuw op en laat hem volledig drogen. Controleer bij een verstevigde sneeuwvlok altijd eerst de gebruiksaanwijzing van het gekozen verstevigingsmiddel.

Bewaar de sneeuwvlokken na de winter plat tussen twee vellen zijdepapier of schoon bakpapier. Leg er geen zware decoraties bovenop, zodat de picots niet vouwen.

Maak een complete gehaakte kerstcollectie

Combineer de sneeuwvlokken met een gehaakte kerstboom, een zachte gehaakte kerstbal en een kleine gehaakte kerstengel. Gebruik in alle projecten dezelfde tinten wit, bordeaux en saliegroen voor een rustige samenhang.

Veelgestelde vragen over een sneeuwvlok haken

Is dit sneeuwvlokpatroon geschikt voor beginners?

Ja. Je gebruikt lossen, halve vasten, vasten, halve stokjes en stokjes. Oefen eventueel eerst één picot voordat je aan de derde toer begint.

Kan ik zonder magische ring beginnen?

Ja. Haak 4 lossen, sluit ze met een halve vaste tot een ring en haak de drie beginlossen plus elf stokjes in die ring.

Waarom krult mijn sneeuwvlok na het haken?

Een lichte krul is normaal bij een open patroon. Maak de sneeuwvlok vochtig en span de zes grote punten symmetrisch op tot hij volledig droog is.

Hoe maak ik de sneeuwvlok groter?

Gebruik dikker garen met een passende grotere haaknaald. Het aantal steken blijft hetzelfde; alleen de diameter en het garenverbruik nemen toe.

Moet ik de sneeuwvlok verstevigen?

Nee. Voor een slinger of cadeaudecoratie is nat opspannen meestal voldoende. Voor een stevige kerstboomhanger kun je textielversteviger gebruiken.

Kan ik acrylgaren gebruiken?

Dat kan, maar glad katoen houdt de punten duidelijker. Acryl kan zachter blijven en reageert anders op vocht en warmte; volg daarom altijd het waslabel.

Kort patroon om te bewaren

Materiaal: 5–8 g katoen, haaknaald 2,5 mm, wolnaald, schaar en roestvrije spelden.

  1. Toer 1: haak 3 lossen en 11 stokjes in een magische ring; sluit met een halve vaste.
  2. Toer 2: haak rondom 6 vasten met telkens een boog van 5 lossen ertussen; sla tussen de vasten steeds 1 steek over.
  3. Toer 3: haak in iedere boog: 1 v, picot van 3 l, 1 hst, 1 st, picot van 5 l, 1 st, 1 hst, picot van 3 l, 1 v.
  4. Sluit de toer en werk beide draadeinden weg.
  5. Maak de sneeuwvlok vochtig en span de zes punten symmetrisch op.
  6. Haak desgewenst een ophanglus van 20 lossen.

Een tip van Katrin

Speld bij het opspannen altijd eerst de zes grote punten vast alsof ze op de uren van een klok liggen. Plaats pas daarna de twaalf kleine zijpicots. Zo blijft de sneeuwvlok mooi rond en symmetrisch.

Een klein winterproject met groots effect

Pak een restje katoen, haak drie rustige toeren en laat de sneeuwvlok tijdens het opspannen zijn definitieve vorm krijgen.

Meer gratis haakpatronen ontdekken →

Let op: formaat, werktijd en garenverbruik zijn richtlijnen en kunnen verschillen door garen, haaknaald en draadspanning. Een sneeuwvlok met ophanglus of verstevigingsmiddel is decoratie en geen kinderspeelgoed.

Leave a Comment