Sneeuwvlok haken met zes luchtige punten
Met drie korte toeren, eenvoudige basissteken en decoratieve picots maak je een lichte sneeuwvlok voor de kerstboom, een winterslinger of een cadeautje.
Een snelle gehaakte sneeuwvlok voor beginners
Een sneeuwvlok haken is een fijn klein project wanneer je een restje wit katoen wilt gebruiken. Het patroon bestaat uit slechts drie toeren. Toch krijgt de sneeuwvlok een duidelijke winterse vorm, omdat iedere punt drie kleine uitsteeksels heeft. De open lossenbogen maken het resultaat luchtig en laten de zes punten goed uitkomen.
Je hoeft voor dit patroon niet voortdurend te tellen. Als er na de tweede toer zes gelijke bogen zichtbaar zijn, haak je in iedere boog precies dezelfde stekenreeks. De picots lijken misschien verfijnd, maar ze bestaan alleen uit lossen en een halve vaste.
- Snel klaar: één sneeuwvlok kost meestal minder dan een uur.
- Weinig materiaal: een klein restje katoen is voldoende.
- Veel toepassingen: hanger, slinger, raamdecoratie of cadeaulabel.
- Makkelijk te herhalen: maak een rustige set in één kleurenpalet.
Belangrijk verschil: deze sneeuwvlok is platter en fijner dan de gehaakte kerstster. De drie picots per punt geven hem de herkenbare vertakte sneeuwvlokvorm.
Benodigdheden voor de sneeuwvlok
Dit heb je nodig
- 5–8 g glad katoengaren, ongeveer 125 m per 50 g
- Haaknaald 2,5 mm
- Wolnaald en kleine schaar
- Steekmarkeerder, optioneel
- Spankussen of dikke handdoek
- Roestvrije spelden
- Textielversteviger of verdunde hobbylijm, optioneel
Welk garen werkt het best?
Glad gemerceriseerd katoen geeft scherpe punten en laat de openingen mooi zien. Gewoon haakkatoen werkt ook. Gebruik voor je eerste sneeuwvlok liever geen pluizig of zeer elastisch garen, omdat de picots dan minder duidelijk worden.
Klassiek winterwit
Wit of crème katoen geeft een rustige sneeuwvlok die past bij hout, dennengroen en natuurlijke kerstdecoratie.
Feestelijk accent
Lichtblauw, zilvergrijs of zacht goud geeft hetzelfde patroon een feestelijke uitstraling zonder de steken te verbergen.
Steken en afkortingen
| Afkorting | Steek | Gebruik |
|---|---|---|
| l | losse | Bogen, picots en ophanglus |
| hv | halve vaste | Toeren en picots sluiten |
| v | vaste | Begin en einde van iedere punt |
| hst | half stokje | Geleidelijke opbouw van de punt |
| st | stokje | Middenring en hoogte van de punten |
| MR | magische ring | Gesloten midden van de sneeuwvlok |
| picot | lossenlusje met halve vaste | Vertakkingen aan iedere sneeuwvlokpunt |
Zo haak je een picot: haak het aangegeven aantal lossen. Steek de haaknaald door de eerste van die lossen en haak een halve vaste. Trek niet te strak aan, zodat het lusje zichtbaar blijft.
Het midden van de sneeuwvlok haken
De drie beginlossen van de eerste toer tellen als het eerste stokje. Sluit iedere toer met een halve vaste. Zo blijft het midden vlak en kun je het begin van de volgende toer gemakkelijk vinden.
Maak een magische ring
Leg het garen in een lus, steek de haaknaald door de ring en haal de werkdraad op. Haak 3 lossen. Deze drie lossen tellen als het eerste stokje van toer 1.
Begin: MR + 3 l
Haak twaalf stokjes
Haak nog 11 stokjes in de magische ring. Trek voorzichtig aan het korte begindraadje tot het gat in het midden sluit.
Toer 1: 12 stokjes inclusief de beginlossen
Sluit de eerste toer
Steek de haaknaald in de bovenste van de drie beginlossen en haak een halve vaste. Controleer of er precies twaalf steken rond het midden liggen.
Middenring gesloten · 12 steken
Begin de eerste lossenboog
Haak 1 losse; deze telt niet als steek. Haak 1 vaste in dezelfde steek waarin je de vorige toer sloot. Haak daarna 5 lossen en sla de volgende steek over.
Eerste anker + begin van boog 1
Verdeel de vaste ankersteken
Haak 1 vaste in de volgende steek. Herhaal daarna nog vier keer: 5 lossen, sla 1 steek over en haak 1 vaste in de volgende steek. Je hebt nu zes vaste ankersteken en vijf volledige bogen.
Ankers in steek 1, 3, 5, 7, 9 en 11
Maak en sluit de zesde boog
Haak nog 5 lossen, sla de laatste ongebruikte steek over en sluit met een halve vaste in de eerste vaste. Tel nu zes even grote openingen rondom de middenring.
Toer 2: 6 vasten en 6 lossenbogen
Zes vertakte sneeuwvlokpunten haken
Iedere lossenboog krijgt dezelfde stekenreeks. De kleine picots vormen de zijtakjes en de grotere picot van vijf lossen vormt de top. Haak alle steken van één punt in dezelfde boog.
Ga naar de eerste boog
Haak 1 halve vaste in de eerste lossenboog. Haak in diezelfde boog 1 vaste. Dit is de lage linkerkant van de eerste sneeuwvlokpunt.
Begin van punt 1
Maak het eerste zijtakje
Haak 3 lossen en sluit met een halve vaste in de eerste van deze drie lossen. Je hebt nu een kleine picot. Haak daarna 1 half stokje en 1 stokje in dezelfde boog.
Kleine picot aan de linkerkant
Haak de bovenste punt
Haak 5 lossen en sluit met een halve vaste in de eerste van deze vijf lossen. Houd deze grote picot iets losser dan de twee zijpicots, zodat de punt na het opspannen langer blijft.
Grote toppicot van 5 lossen
Maak de rechterkant symmetrisch
Haak in dezelfde boog 1 stokje en 1 half stokje. Haak vervolgens 3 lossen en sluit met een halve vaste in de eerste van deze drie lossen.
Kleine picot aan de rechterkant
Sluit de eerste punt
Haak 1 vaste in dezelfde lossenboog. De volledige reeks is nu: 1 v, kleine picot, 1 hst, 1 st, grote picot, 1 st, 1 hst, kleine picot, 1 v.
Punt 1 van 6 voltooid
Herhaal de punt in iedere boog
Ga direct naar de volgende lossenboog en herhaal de volledige stekenreeks. Haak op dezelfde manier verder tot alle zes bogen een punt hebben.
Toer 3: 6 identieke punten
Sluit en hecht af
Sluit met een halve vaste in de eerste vaste van de eerste punt. Knip het garen af met ongeveer 12 cm draad, haal de draad door de laatste lus en trek voorzichtig aan.
Haakwerk voltooid
Telcontrole: je sneeuwvlok heeft nu zes grote toppicots en twaalf kleinere zijpicots. Ontbreekt er één, haal dan alleen terug tot het begin van die punt.
De sneeuwvlok opspannen en afwerken
Direct van de haak kan de sneeuwvlok een beetje krullen. Dat is normaal. Door hem vochtig op te spannen worden de zes punten gelijk en komen de openingen duidelijk naar voren.
Werk de draden weg en span op
Werk beide draadeinden aan de achterkant door meerdere steken. Maak de sneeuwvlok licht vochtig en leg hem op een spankussen of dubbelgevouwen handdoek. Speld eerst de zes grote toppicots op gelijke afstand vast en daarna de kleine zijpicots. Laat volledig drogen.
Vlakke vorm met zes gelijke punten
Voeg een ophanglus toe
Bevestig het garen in één grote toppicot, haak 20 lossen en sluit met een halve vaste in hetzelfde punt. Hecht stevig af. Voor extra stevigheid kun je de droge sneeuwvlok dun behandelen met textielversteviger volgens de aanwijzingen op de verpakking.
Sneeuwvlok klaar om op te hangen
Zonder zichtbare ophanglus: rijg een dun wit draadje of transparant ophangkoord door de grote toppicot. Zo blijft de gehaakte vorm volledig zichtbaar.
Vier eenvoudige variaties
Kleine sneeuwvlok
Gebruik dun haakkatoen en haaknaald 1,75–2 mm. Het patroon blijft gelijk, maar de diameter wordt kleiner.
Zachte winterslinger
Haak meerdere sneeuwvlokken in wit, crème en lichtgrijs en verbind ze met een lange lossenketting.
Cadeaudecoratie
Laat de lange ophanglus weg en bind de sneeuwvlok met een kort katoenen draadje op een ingepakt cadeau.
Feestelijke rand
Gebruik voor alleen toer 3 een subtiel glansgaren. Het midden blijft rustig terwijl de vertakte punten licht opvallen.
Veelgemaakte fouten en oplossingen
Er zijn geen zes bogen
Controleer toer 1 op twaalf stokjes. In toer 2 haak je steeds één vaste en sla je daarna precies één steek over.
De punten zijn ongelijk
Controleer per boog de volledige symmetrische stekenreeks en houd vooral de lossen van alle picots even los.
Het midden trekt bol
Haak toer 1 iets losser of gebruik een kwart maat grotere haaknaald. Span het midden vlak zonder de ring te forceren.
De sneeuwvlok blijft slap
Katoen wordt strakker na nat opspannen. Wil je een stijve hanger, breng dan na het opspannen een dunne laag textielversteviger aan.
Wassen en bewaren
Was een onbehandelde katoenen sneeuwvlok voorzichtig met de hand. Druk het water in een handdoek uit, span hem opnieuw op en laat hem volledig drogen. Controleer bij een verstevigde sneeuwvlok altijd eerst de gebruiksaanwijzing van het gekozen verstevigingsmiddel.
Bewaar de sneeuwvlokken na de winter plat tussen twee vellen zijdepapier of schoon bakpapier. Leg er geen zware decoraties bovenop, zodat de picots niet vouwen.
Maak een complete gehaakte kerstcollectie
Combineer de sneeuwvlokken met een gehaakte kerstboom, een zachte gehaakte kerstbal en een kleine gehaakte kerstengel. Gebruik in alle projecten dezelfde tinten wit, bordeaux en saliegroen voor een rustige samenhang.
Veelgestelde vragen over een sneeuwvlok haken
Is dit sneeuwvlokpatroon geschikt voor beginners?
Ja. Je gebruikt lossen, halve vasten, vasten, halve stokjes en stokjes. Oefen eventueel eerst één picot voordat je aan de derde toer begint.
Kan ik zonder magische ring beginnen?
Ja. Haak 4 lossen, sluit ze met een halve vaste tot een ring en haak de drie beginlossen plus elf stokjes in die ring.
Waarom krult mijn sneeuwvlok na het haken?
Een lichte krul is normaal bij een open patroon. Maak de sneeuwvlok vochtig en span de zes grote punten symmetrisch op tot hij volledig droog is.
Hoe maak ik de sneeuwvlok groter?
Gebruik dikker garen met een passende grotere haaknaald. Het aantal steken blijft hetzelfde; alleen de diameter en het garenverbruik nemen toe.
Moet ik de sneeuwvlok verstevigen?
Nee. Voor een slinger of cadeaudecoratie is nat opspannen meestal voldoende. Voor een stevige kerstboomhanger kun je textielversteviger gebruiken.
Kan ik acrylgaren gebruiken?
Dat kan, maar glad katoen houdt de punten duidelijker. Acryl kan zachter blijven en reageert anders op vocht en warmte; volg daarom altijd het waslabel.
Kort patroon om te bewaren
Materiaal: 5–8 g katoen, haaknaald 2,5 mm, wolnaald, schaar en roestvrije spelden.
- Toer 1: haak 3 lossen en 11 stokjes in een magische ring; sluit met een halve vaste.
- Toer 2: haak rondom 6 vasten met telkens een boog van 5 lossen ertussen; sla tussen de vasten steeds 1 steek over.
- Toer 3: haak in iedere boog: 1 v, picot van 3 l, 1 hst, 1 st, picot van 5 l, 1 st, 1 hst, picot van 3 l, 1 v.
- Sluit de toer en werk beide draadeinden weg.
- Maak de sneeuwvlok vochtig en span de zes punten symmetrisch op.
- Haak desgewenst een ophanglus van 20 lossen.
Een klein winterproject met groots effect
Pak een restje katoen, haak drie rustige toeren en laat de sneeuwvlok tijdens het opspannen zijn definitieve vorm krijgen.
Meer gratis haakpatronen ontdekken →Let op: formaat, werktijd en garenverbruik zijn richtlijnen en kunnen verschillen door garen, haaknaald en draadspanning. Een sneeuwvlok met ophanglus of verstevigingsmiddel is decoratie en geen kinderspeelgoed.