Kersthart haken: gratis patroon van twee panelen

Bordeauxrood gehaakt kersthart met twee bovenboogjes, een punt en een bijpassende ophanglus op een houten tafel.
Gratis patroonTwee panelenKerstdecoratie

Kersthart haken
met vasten

Een klein hart voor de kerstboom of aan een cadeau. Haak twee platte delen, vul ze licht en werk af met een eenvoudige ophanglus.

Bekijk het haakpatroon
Beginner plusmet meerderen en minderen
2 panelenheen en weer gehaakt
15 stekenop het breedste punt
Vastenen een genaaide rand
Hoe kun je een eenvoudig kersthart haken?

Begin onderaan met één vaste en meerder tot vijftien steken. Na vier rechte rijen verdeel je de bovenkant in twee boogjes van zeven steken; de middelste steek blijft vrij. Haak twee gelijke panelen, naai ze rondom samen en voeg vóór het sluiten een beetje vulling en een ophanglus toe.

Een gehaakt kersthart met een rustige structuur

Wil je een kersthart haken zonder magische ring of ingewikkelde spiraaltoeren? Dit model groeit vanaf de onderste punt omhoog. Je werkt steeds een korte rij, keert het haakwerk en telt de steken. De hartvorm ontstaat door meerderingen aan de zijkanten en twee afzonderlijke bovenboogjes.

In bordeauxrood past het hart aan een groene tak, een houten kerstrek of een ingepakt cadeau. Het blijft een kleine hanger: geen hartkussen en geen ingewikkelde amigurumi met twee ronde kuipjes. De twee platte delen zijn gemakkelijk naast elkaar te leggen voordat je gaat naaien.

Combineer het met onze gehaakte kerstbal of kleine kerstster voor een set in dezelfde kleur. Wil je cadeautjes bij elkaar laten passen, dan kun je ook het cadeauzakje met trekkoord bekijken.

Over het patroon: dit is een zelfstandig uitgewerkte RUZVO-beschrijving met rekenkundig gecontroleerde stekenaantallen. Er is geen fysiek proefmodel gemaakt. Maten en verbruik zijn daarom indicaties of expliciete rekenvoorbeelden. De vijf AI-beelden geven de vorm en handelingen illustratief weer; volg voor de uitvoering de tekst en je eigen telling.

Benodigdheden voor één kersthart

Bordeauxrood katoengaren met haaknaald, schaar, wolnaald, twee steekmarkeerders, meetlint en witte vulling.
Een gladde katoenen draad maakt de kleine steken en meerderingen overzichtelijk.
  • Glad, middelmatig dik katoengaren in bordeauxrood; houd ongeveer 25–35 meter beschikbaar, inclusief de lus en naden. Dit is een ruime werkindicatie, geen gemeten verbruik.
  • Een passende haaknaald, bijvoorbeeld 3,5–4 mm als startpunt voor dit type garen. Het etiket en de dichtheid van je eigen lapje blijven leidend.
  • Een kleine hoeveelheid wasbare knuffelvulling.
  • Een stompe wolnaald, schaar en meetlint.
  • Twee steekmarkeerders of korte draadjes in een contrasterende kleur.

Kies voor beide panelen hetzelfde garen en dezelfde haaknaald. Bij restjes kunnen twee rode draden toch verschillend dik zijn. Leg ze naast elkaar en vergelijk de structuur voordat je begint. Pluizig garen verbergt de steken; een gladde draad werkt prettiger wanneer je voor het eerst een hartvorm maakt.

Het haakwerk moet dicht genoeg zijn om de vulling te bedekken, maar nog soepel door te steken met een wolnaald. Zie je duidelijke gaatjes, probeer dan eerst een iets kleinere haaknaald. Trek de draad niet voortdurend strakker aan: dat maakt de korte rijen lastig en kan de vorm vervormen.

Maat, proeflapje en garenvoorraad

De vorm ligt vast op vijftien steken breed en vijftien rijen hoog, gemeten tot de bovenkant van een boogje. Je daadwerkelijke afmetingen hangen af van de steekverhouding. De centrale inkeping eindigt lager dan de twee bovenranden. Meet de hoogte dus langs een boogje en niet alleen door het midden.

Voorbeeld bij 16 vasten en 20 rijen per 10 cm: ongeveer 9,4 cm breed × 7,5 cm hoog vóór vullen.Berekening: 15 ÷ 16 × 10 en 15 ÷ 20 × 10. Dit is een illustratieve steekverhouding, geen gemeten modelspecificatie. Een naad en vulling beïnvloeden de uiteindelijke vorm.

Voor een losse hanger is exact dezelfde maat minder belangrijk dan een dicht oppervlak en twee gelijke panelen. Maak je een serie, haak dan eerst één volledig proefhart. Noteer je naalddikte, draad en uiteindelijke afmetingen zodat de volgende harten beter overeenkomen.

Wil je vooraf rekenen, haak dan een lapje groter dan tien centimeter in vasten. Was of bevochtig het volgens het garenetiket, laat plat drogen en tel in het midden. Deel vijftien door het aantal steken per centimeter voor de breedte. Gebruik het aantal rijen per centimeter voor de hoogte. De boogjes veranderen de omtrek, maar niet het maximale aantal steken.

Een preciezere voorraadplanning begint bij het wegen van je eerste complete hart. Weeg je garen vóór en na het haken, inclusief lus en naaigaren. Vermenigvuldig het verschil met het gewenste aantal en neem wat reserve. De hoeveelheid vulling tel je daarbij apart; die zegt niets over het garenverbruik.

Nederlandse afkortingen en basissteken

AfkortingBetekenis in dit patroon
lLosse.
vVaste, gewoon onder beide bovenste lussen.
meerd2 vasten in dezelfde steek: één steek extra.
2 v samenTwee opeenvolgende vasten samenhaken tot één vaste.
(15)Het aantal steken na de volledige rij.

Een vaste: steek in, haal een lus op, sla om en haal de draad door beide lussen. Een mindering: steek in de eerste steek en haal een lus op. Steek in de volgende steek en haal nog een lus op. Sla om en haal door alle drie lussen. Twee oude steken worden samen één nieuwe steek.

Na iedere rij die je vervolgt, haak je één keerlosse en keer je het werk. Die keerlosse telt niet mee. Begin de volgende rij in de eerste echte vaste en eindig in de laatste echte vaste. Markeer die randsteken zo nodig. Na de laatste rij van een boogje hecht je af; daar volgt geen nieuwe rij.

De tabel gebruikt Nederlandse termen. Bij een Engelstalige bron is de Amerikaanse single crochet dezelfde basissteek als onze vaste; de Britse naam is double crochet. De afkortingenlijst van de Craft Yarn Council licht dat verschil toe.

Stap voor stap: twee hartpanelen haken

Haak eerst één paneel volledig. Herhaal daarna precies dezelfde instructies voor het tweede. De aantallen hieronder gelden steeds voor één paneel. Werk in heen-en-weerrijen; sluit niets tot een ring.

Begin bij de onderste punt

Laat een begindraad van ongeveer 12 cm hangen en haak 2 lossen. Haak rij 1 met 1 vaste in de tweede losse vanaf de haaknaald. Je hebt één steek. Haak 1 keerlosse en keer.

Rij 2 is een uitzondering: haak 3 vasten in die ene vaste. Zo ga je van één naar drie steken. Maak hier niet tweemaal een aparte meerdering in dezelfde randsteek; de volledige rij bestaat uit precies drie vasten.

Verbreed het onderste hartdeel

In rij 3 tot en met 8 haak je 2 vasten in de eerste steek, 1 vaste in iedere tussenliggende steek en 2 vasten in de laatste steek. Er komen per rij twee steken bij. Gebruik de tabel om elke rij te controleren voordat je keert.

Van de punt naar de volle breedte — één paneel
RijVolledige instructieTotaal
11 v in de tweede l vanaf de naald.1
23 v in de enige steek.3
3Meerd, 1 v, meerd.5
4Meerd, 3 v, meerd.7
5Meerd, 5 v, meerd.9
6Meerd, 7 v, meerd.11
7Meerd, 9 v, meerd.13
8Meerd, 11 v, meerd.15
9–12Iedere rij: 1 v in elk van de 15 steken.15 per rij
Twee handen haken het driehoekige onderste deel van een bordeauxrood hartpaneel in korte rijen vasten.
Het onderste deel groeit vanuit één punt. Controleer de telling aan de actieve bovenrand.

Haak vier rechte rijen en markeer het midden

Rijen 9, 10, 11 en 12 hebben ieder vijftien vasten, zonder meerderingen. Na rij 12 haak je één keerlosse en keer je. Tel nu vanaf de kant waar je de volgende rij begint. Zet een markeerder in steek 8. Links en rechts daarvan liggen elk zeven steken.

Deze nummering slaat op de vijftien steken van rij 12 in de werkrichting van de komende rij. De middensteek blijft straks onbewerkt. Verwijder hem niet uit je telling door al te beginnen met minderen over de hele breedte.

Maak het eerste bovenboogje

Rij 13a: haak 1 vaste in elk van de eerste zeven steken. Stop vóór de gemarkeerde achtste steek; de overige acht steken blijven voorlopig onbewerkt. Haak 1 keerlosse en keer alleen over dit boogje.

Rij 14a: haak 2 v samen, 3 v, 2 v samen. Dat gebruikt alle zeven steken en geeft vijf nieuwe steken. Haak 1 keerlosse en keer.

Rij 15a: haak 2 v samen, 1 v, 2 v samen. Je houdt drie steken over. Knip de draad met ongeveer 12 cm over en haal hem door de laatste lus. Trek niet zo hard dat de bovenrand samenkrimpt.

Maak het tweede boogje en een tweede paneel

Ga terug naar de onbewerkte steken van rij 12. Laat de gemarkeerde steek 8 vrij. Hecht een nieuwe draad aan in steek 9: trek een lus op, haak 1 losse die niet meetelt en haak vervolgens 1 vaste in diezelfde steek. Haak nog zes vasten in steken 10 tot en met 15. Deze tweede rij 13 heeft dus opnieuw zeven vasten.

Keer met 1 losse. Herhaal rij 14 en 15 van het eerste boogje: eerst 2 v samen, 3 v, 2 v samen; daarna 2 v samen, 1 v, 2 v samen. Hecht af. De inkeping tussen de boogjes blijft open als onderdeel van de buitenomtrek.

Haak nu een tweede volledig paneel. Leg beide delen zonder uitrekken op elkaar. Punt, inkeping en beide boogjes moeten overeenkomen. Werk korte draadjes alvast aan de binnenkant weg, maar gebruik eventueel één voldoende lange draad voor de montage.

Twee gelijke platte bordeauxrode hartpanelen liggen naast elkaar vóór het samennaaien en vullen.
Twee gelijke panelen vóór het vullen. Vergelijk vooral de punten en de middeninkeping.

Telcontrole: één paneel bevat 124 vasten tot en met rij 12 en twee boogjes van 7 + 5 + 3 steken. Samen zijn dat 154 gemaakte vasten per paneel, inclusief de samengehaakte steken als één nieuwe steek. Keerlossen, opzetlossen, naaisteken en ophanglus vallen buiten dit getal.

Ophanglus, naad en lichte vulling

6. Maak en bevestig de lus

Haak met hetzelfde garen een ketting van 30 lossen als startpunt. Meet de ketting ontspannen: ongeveer 10–12 cm geeft na dubbelvouwen een lus van circa 5–6 cm. Pas het aantal lossen aan wanneer jouw ketting duidelijk korter of langer is. Hecht af met aan beide uiteinden voldoende draad om vast te naaien.

Naai beide uiteinden naast elkaar stevig vast aan de binnenkant van één paneel, direct onder de middeninkeping. Zet elk uiteinde met meerdere kleine steken vast, zonder de voorkant samen te trekken. De gevouwen lus wijst omhoog en blijft tijdens het samennaaien buiten het hart.

7. Naai de panelen rondom samen

Leg de panelen met hun buitenkanten zichtbaar op elkaar. Begin halverwege een schuine zijkant met ongeveer 60 cm naaigaren. Werk met kleine overhandse steken: steek door overeenkomstige randlusjes van beide lagen, haal door en herhaal iets verder langs de rand. De draad loopt steeds om de buitenrand heen.

Verbind langs de zijkanten overeenkomstige rij-uiteinden en langs de bovenranden overeenkomstige steken. Er is bewust geen vast totaal voor deze naaisteken: je verdeelt ze gelijkmatig over twee gelijke randen. Trek iedere steek slechts aan tot de delen aansluiten. Rond de punt en de inkeping werk je met korte steekjes zodat beide vormen herkenbaar blijven.

Naai over beide boogjes, volg de middeninkeping en ga rondom verder. Naai niet rechtstreeks van de ene boog naar de andere over de inkeping heen. Houd op een schuine zijkant een opening van ongeveer 2–3 cm over voor het vullen.

8. Vul voorzichtig en sluit de laatste opening

Verdeel kleine plukjes vulling eerst over de twee boogjes en dan over het midden. Gebruik je vingers of de stompe achterkant van de haaknaald. Duw niet met een scherpe naald. Het hart hoort licht gewelfd te worden; een harde prop maakt de platte panelen bol en trekt de inkeping dicht.

Twee handen naaien bordeauxrode hartpanelen samen terwijl een beetje witte vulling zichtbaar is in de zijopening.
Voeg een beetje vulling toe via de zijopening en sluit daarna de naad met dezelfde draad.

Sluit de opening met dezelfde kleine overhandse steken. Werk het draadeinde enkele centimeters door het binnenste van het hart, wissel van richting en knip af. Masseer de vulling met je vingers gelijkmatig op haar plek. Controleer of de lus stevig vastzit en het hart recht hangt. Dit model is decoratie; gebruik het niet als babyspeelgoed.

Veelvoorkomende problemen oplossen

Wat zie je?Controle en oplossing
De telling klopt al onderaan niet.Rij 2 heeft drie vasten in één steek. Vanaf rij 3 komen steeds twee steken erbij. Tel de keerlosse niet mee.
Het hart mist een duidelijke inkeping.Controleer of steek 8 van rij 12 vrij bleef. Volg die inkeping ook bij het naaien en haal zo nodig wat vulling weg.
Eén boogje is groter.Beide boogjes hebben achtereenvolgens 7, 5 en 3 steken. Controleer ook of één boogje een extra rij kreeg.
De panelen passen niet op elkaar.Vergelijk rijen en naalddikte. Trek een kleiner deel niet tijdens het naaien op maat; herstel het paneel eerst.
De rand trekt in of rimpelt.De naad staat te strak. Maak de betreffende steekjes los en verbind de randen opnieuw zonder de draad aan te snoeren.
Er komt witte vulling doorheen.Vul minder vol. Blijven grote openingen zichtbaar, haak nieuwe panelen met een dichter oppervlak.

Beoordeel de vorm eerst plat op tafel. Een scheefhangende lus kan de indruk geven dat het hart zelf ongelijk is. Is alleen het ophangpunt uit het midden, verplaats dan de bevestiging voordat je het hele hart uit elkaar haalt.

Variaties zonder de telling te veranderen

  • Een rustiger cadeauhart: gebruik ivoor, oudroze of mosgroen en behoud exact dezelfde rijen. Met een andere kleur blijft het ook buiten kerst bruikbaar.
  • Twee verschillende kanten: haak één rood en één crèmekleurig paneel met dezelfde garendikte. Vergelijk de afmetingen vóór het naaien.
  • Een platte hanger: laat de vulling weg en naai de delen direct volledig samen. Het hart wordt dunner en ligt makkelijker op een cadeau.
  • Groter of kleiner: verander eerst garendikte en passende haaknaald, niet willekeurig de verdeling 7–1–7. Controleer daarna dichtheid, nieuwe maat en benodigd garen.

Wil je een geborduurd initiaal, doe dat op één los paneel vóór de montage. Werk de achterkant netjes weg en naai de lagen pas daarna samen. Een eenvoudig klein teken laat de hartvorm herkenbaar; zware versieringen kunnen het ophangpunt naar voren trekken.

Techniekvideo: vasten haken

In de DROPS-video over de vaste kun je de insteek en doorhaling rustig bekijken. Dit is hulp bij de basissteek, geen videoversie van dit RUZVO-patroon. Voor de hartvorm, verdeling van de bovenkant en naden gebruik je de instructies hierboven.

Veelgestelde vragen over een kersthart haken

Kan ik dit hart als beginner haken?

Ja, als lossen en vasten al lukken. Oefen vooraf een meerdering en twee vasten samen. De korte rijen maken tellen overzichtelijk; de bovenboogjes vragen het meeste aandacht.

Moet ik een magische ring maken?

Nee. Je begint met twee lossen en één vaste. Beide panelen worden volledig in heen-en-weerrijen gehaakt.

Waarom blijft de middelste steek vrij?

De vrije achtste steek vormt de inkeping tussen de twee boogjes. De verdeling is zeven steken, één vrije steek en nog zeven steken: samen de vijftien steken van rij 12.

Kan ik acryl in plaats van katoen gebruiken?

Ja, mits beide panelen met hetzelfde garen worden gemaakt en de vulling niet zichtbaar is. Afmetingen en voorraad veranderen met de draad en steekverhouding. Volg voor verzorging het etiket.

Hoe voorkom ik dat het hart te bol wordt?

Voeg telkens een klein plukje vulling toe. De randen moeten zonder kracht bij elkaar komen. Wordt de inkeping ondiep of staan de steken open, verwijder dan wat vulling.

Hoe bewaar ik de gehaakte kerstdecoratie?

Laat het hart volledig drogen voordat je het opbergt. Bewaar het droog zonder zware spullen erop. Reinig voorzichtig volgens het garenetiket en de voorschriften van de vulling.

Bewaar de belangrijkste telling

Onderkant: 1–3–5–7–9–11–13–15. Daarna vier rijen van vijftien. Bovenkant: 7–1–7, waarbij de middelste steek vrij blijft. Elk boogje eindigt via 7–5–3. Maak twee panelen en naai ze met weinig vulling samen.

Bronnen en verdere uitleg

De onderstaande bronnen geven techniekachtergrond en bestaande voorbeelden van gehaakte kerstdecoratie. Het zijn andere ontwerpen; de rijbeschrijving op deze pagina is zelfstandig uitgewerkt en geen vertaling van een volledig extern patroon. Geraadpleegd op 7 november 2026.

Leave a Comment