Cadeauzakje haken met trekkoord: gratis beginnerspatroon

Bordeauxrood gehaakt cadeauzakje met crèmekleurige trekkoorden op een linnen doek
Gratis patroonBeginnerVoor kleine cadeaus

Cadeauzakje haken
met trekkoord

Een kleine verrassing verdient een mooie verpakking. Haak twee eenvoudige panden in vasten, maak een rij gaatjes en rijg twee koorden in voor een sluiting die je weer kunt openen.

Beginnerbasissteken en naaien
2 pandenplat gehaakt
2 trekkoordenopen en dicht schuiven
Kleine cadeausmaat zelf aanpasbaar
Hoe haak je een cadeauzakje met trekkoord?

Maak twee gelijke rechthoeken in vasten, met in elk pand een gaatjesrij vlak onder de bovenrand. Naai de zijkanten en onderkant samen en laat de bovenkant open. Rijg twee gehaakte koorden rondom door de gaatjes, elk vanaf een andere zijkant. Trek de uiteinden links en rechts uiteen om het zakje te sluiten.

Een herbruikbaar zakje voor een kleine verrassing

Een cadeaubon, een klein sieradendoosje of een verpakt chocolaatje krijgt met zo’n zakje een persoonlijke buitenkant. In bordeauxrood met crèmekleurige koorden past het bij de feestdagen. Met een andere kleur gebruik je dezelfde uitleg voor een verjaardag of bedankje.

Gehaakte geschenkzakjes zijn een langer bestaand projecttype: Marianna mel publiceerde bijvoorbeeld kerstcadeauzakjes in oktober 2013. Onze versie is zelfstandig beschreven en wordt plat in twee panden gehaakt.

Over deze uitleg: de steek- en rijtellingen zijn rekenkundig gecontroleerd. Er is geen fysiek proefzakje gemaakt. De opgegeven steekverhouding en maten zijn voorwaardelijke voorbeelden; meet je eigen werk. De vijf AI-beelden illustreren het project en vervangen de tekstuele telling niet.

Benodigdheden voor één cadeauzakje

Twee bollen bordeauxrood katoen en een crèmekleurige bol met haaknaald, schaar, wolnaald en steekmarkeerders
Gebruik glad katoen voor zichtbare steken en een soepel koord.
  • Glad katoengaren van ongeveer DK-dikte in de hoofdkleur, hier bordeauxrood.
  • Een restje katoen in een bijpassende contrastkleur voor twee koorden, hier crème.
  • Een passende haaknaald, bijvoorbeeld 3,5–4 mm als vertrekpunt bij dit type garen.
  • Een stompe wolnaald, schaar, meetlint en vier steekmarkeerders.
  • Eventueel naaiklemmetjes en een rijgnaald met een oog waar je gehaakte koord door past.

Plan voor het basismodel ongeveer 120–160 meter hoofdkleur, inclusief een proeflapje en naden, en 15–25 meter contrastkleur. Dit zijn ruime aankoopindicaties, geen gemeten verbruiksgegevens. Bewaar extra garen wanneer je groter of compacter haakt.

Een concreet looplengtevoorbeeld is DROPS Muskat: de fabrikant noemt 100% katoen en ongeveer 100 meter per 50 gram. Twee bollen hoofdkleur geven dan 200 meter. Dat maakt dit nog geen fysiek getest Muskat-patroon; je eigen haakspanning bepaalt de maat.

Kies voor de koorden een draad die gemakkelijk door de gaatjes schuift. Een heel pluizige draad kan blijven haken. Met een lichte contrastkleur zie je tijdens het inrijgen beter welk koord je volgt.

Welke maat krijgt het cadeauzakje?

In het rekenvoorbeeld worden beide losse panden 14 cm breed en 16 cm hoog. De naden nemen wat ruimte in en de sluiting zit onder de bovenrand. Het bruikbare binnenvak is daardoor kleiner dan de volledige lapmaat.

Meet je cadeau inclusief doosje of verpakking. Leg het op een papieren rechthoek van de geplande maat en houd ruimte over voor de dikte, naden en sluiting. Een plat pasje vraagt minder speling dan een dik doosje. Laat het cadeau duidelijk onder de gaatjesrij eindigen.

Dit model heeft geen aparte bodem of zijstroken. Als je het vult, worden de platte panden rond de inhoud gevormd. Voor een dik voorwerp moet de lap dus breder zijn dan alleen de voorkant van het voorwerp.

Praktische controle: leg het cadeau later tussen de twee droge panden en zet de drie naadranden tijdelijk met klemmetjes bij elkaar. Controleer of de bovenkant nog soepel kan rimpelen. Haal alle klemmetjes weg voordat je het zakje gebruikt.

Proeflapje en maatberekening

Haak een proeflapje in gewone vasten door beide bovenste lussen. Maak het groter dan 10 × 10 cm, behandel het volgens het garenetiket en laat het plat drogen. Tel in het midden de vasten en rijen over 10 cm, zonder uitrekken.

De Craft Yarn Council legt uit waarom persoonlijke steekverhouding belangrijk is. Dezelfde haaknaald en draad geven bij verschillende mensen niet vanzelf dezelfde maat. Gebruik de onderstaande getallen daarom alleen wanneer je eigen lapje overeenkomt.

N = gewenste pandbreedte × vasten per 10 cm ÷ 10
R = gewenste pandhoogte × rijen per 10 cm ÷ 10Rond N af op een even aantal, minimaal 8. Rond R af op een heel aantal, minimaal 8. De beginketting telt N + 1 lossen.

Stel dat je 20 vasten en 25 rijen per 10 cm meet. Voor 14 cm breedte heb je 28 vasten nodig; voor 16 cm hoogte 40 rijen. Je begint met 29 lossen. Beide waarden zijn aangenomen rekenvoorbeelden.

Voorbeelden bij uitsluitend 20 vasten en 25 rijen per 10 cm
Geplande pandmaatBeginlossenPosities per rijRijenGaatjes per pand
12 × 14 cm25243510
14 × 16 cm29284012
16 × 18 cm33324514

De gaatjesrij is steeds de rij met nummer R − 3. Daarboven volgen nog drie gewone rijen. Bij 40 rijen ligt de gaatjesrij dus op rij 37; bij 35 rijen op rij 32. Noteer jouw N en R voordat je begint.

Steken en afkortingen

Nederlandse termen voor deze uitleg
TermBetekenis
lLosse; voor opzet, gaatjes en koorden.
vVaste; voor de dichte stof.
KeerlosseEén losse vóór het keren; telt hier niet als steek.
OverslaanDe genoemde steek niet bewerken.
LossenboogDe opening onder een losse in de gaatjesrij.

Voor een vaste steek je in de steek, haal je een lus op en haal je daarna een omslag door beide lussen op de haak. Werk vanaf rij 2 door beide bovenste lusjes. Voor een losse haal je een omslag door de lus die al op de haak staat.

In de Amerikaanse les van Yarnspirations heet de vaste single crochet, afgekort sc. Een losse heet chain. De stappen hieronder gebruiken Nederlandse termen.

Twee handen haken met een grijze haaknaald vasten in een bordeauxrood rechthoekig pand
Haak heen en weer en markeer de eerste en laatste echte vaste.

Cadeauzakje haken: het eerste pand

De beschrijving gebruikt het basisvoorbeeld van 28 posities en 40 rijen. Voor een andere maat vervang je die aantallen door jouw N en R. Haak na elke rij behalve de laatste één keerlosse en keer het werk.

Begin met de lossenketting

Maak een opzetlus en haak 29 lossen. De lus op de haak telt niet mee. Haak de ketting ontspannen, zodat de onderrand niet smaller wordt dan de rest van het pand.

Rij 1: maak 28 vasten

Haak 1 vaste in de tweede losse vanaf de haak en 1 vaste in iedere volgende losse. Je hebt 28 vasten. Markeer de eerste en laatste vaste, haak 1 losse en keer.

Rijen 2 tot en met 36: rechte stof

Haak 1 vaste in elk van de 28 vasten. Begin direct in de eerste echte steek onder de keerlosse en haak niet in de keerlosse van de vorige rij. Verplaats de markeerders en houd steeds 28 vasten. De opzetketting is geen aparte rij.

Rij 37: maak de gaatjesrij

Haak 2 vasten. Herhaal daarna 12 keer: 1 losse, sla 1 vaste over, 1 vaste in de volgende steek. Haak tot slot 1 vaste in elk van de laatste 2 steken. Controleer de telling voordat je keert: 16 vasten en 12 lossen, samen 28 posities en 12 gaatjes.

Rij 38: vul de posities weer op

Haak 1 vaste in iedere vaste van de vorige rij en 1 vaste rondom iedere lossenboog. Volg hun werkelijke volgorde langs de rij. Werk niet óók een extra vaste in de losse zelf. De 16 vasten plus 12 boogjes leveren opnieuw 28 vasten.

Rijen 39 en 40: werk de bovenrand af

Haak beide rijen met 28 vasten. Hecht af na rij 40 en laat een draadstaart over om weg te werken. Er staan nu drie dichte rijen boven de gaatjesrij. Deze smalle strook vormt straks het zachte randje boven de sluiting.

Voor een andere breedte: vervang de 12 herhalingen door (N − 4) ÷ 2. Je haakt eerst 2 vasten, maakt het berekende aantal herhalingen en eindigt met 2 vasten. Een even N zorgt dat die herhaling precies past.

Haak het tweede pand precies hetzelfde

Herhaal alle rijen met dezelfde draad, haaknaald en spanning. Controleer N, R en het aantal gaatjes. Behandel beide panden volgens het etiket en laat ze plat drogen. Leg ze op elkaar: de zijranden, onderranden en gaatjesrijen horen overeen te komen.

Twee bordeauxrode gehaakte panden met een rij koordgaatjes onder de bovenrand
Twee gelijke panden met een gaatjesrij op dezelfde hoogte vormen de basis.

De drie naden sluiten

Kies op beide panden welke kant naar buiten komt. Leg die buitenkanten tegen elkaar, zodat je aan de binnenkant naait. De beginkettingen liggen onderaan, de laatste rijen bovenaan en de gaatjesrijen op gelijke hoogte. Zet de hoeken met markeerders vast.

  1. Sluit de eerste zijkant. Naai met de hoofdkleur en kleine overhandse steken door stevige randlussen. Verbind rij-uiteinde met het overeenkomstige rij-uiteinde. In het voorbeeld zijn er 40 paren langs een zijkant. Trek de naad niet korter dan het pand.
  2. Sluit de onderkant. Verbind de 28 overeenkomstige posities van beide beginkettingen. Maak de overgang in de hoek netjes dicht; naai niet door het midden van het zakje.
  3. Sluit de tweede zijkant. Werk opnieuw langs de bij elkaar horende rij-uiteinden tot bovenaan. De hele bovenrand blijft open.
  4. Controleer de gaatjes. De zijnaad loopt langs de buitenste randlussen. Laat de naastgelegen koordgaatjes vrij en naai die niet per ongeluk dicht.
  5. Keer naar buiten. Werk naaddraden door meerdere steken aan de binnenkant, wissel van richting en keer het zakje voorzichtig om. Duw de onderste hoeken zachtjes in vorm.

Je kunt voor elke naad een nieuwe draad nemen; dat is overzichtelijker dan met een onhandig lange draad werken. Controleer na het naaien of beide bovenranden even hoog zijn en de opening vrij is.

Twee trekkoorden haken en inrijgen

Maak twee gelijke lossenkoorden

Haak in de contrastkleur twee losse kettingen van elk ongeveer 70 cm, ontspannen gemeten. Dat is een uitgangslengte voor het basismodel, geen vast aantal lossen. Houd de koorden dun genoeg om door de gaatjes te schuiven en maak de steken niet hard.

Hecht elk koord af en werk de losse draadstaarten door de ketting weg. Laat de vier koorduiteinden vrij. De stopknoopjes maak je pas na het inrijgen. Voor een groter zakje controleer je de lengte door een koord eerst los rond de gaatjesrij te leggen, met aan beide kanten voldoende uiteinde om vast te pakken.

Koord 1: beginnen en eindigen aan de linkerkant

Leg het zakje plat met één pand voor je. Begin bij het eerste gaatje naast de linkerzijnaad. Rijg afwisselend naar binnen en naar buiten door alle gaatjes van het voorpand, van links naar rechts. Ga bij de rechterzijnaad door naar het naastgelegen gaatje van het achterpand en rijg daar terug van rechts naar links. Beide uiteinden van ditzelfde koord komen links uit.

Koord 2: beginnen en eindigen aan de rechterkant

Begin nu bij de rechterzijnaad. Rijg door het voorpand van rechts naar links en vervolgens door het achterpand terug naar rechts. Gebruik dezelfde gaatjes. Dit tweede koord loopt dus eveneens helemaal rondom, maar begint aan de andere zijkant. Beide uiteinden ervan komen rechts uit.

Gebruik een stompe naald met een ruim oog. Ga van het laatste gaatje van het ene pand langs de zijnaad naar het eerste gaatje van het andere pand; prik geen nieuwe opening door de naad. Trek de twee koorden nog niet strak tijdens het inrijgen.

Open bordeauxrood cadeauzakje met twee crèmekleurige trekkoorden naast een wolnaald
Laat elk koord een volledige ronde maken, met de uiteinden aan tegenoverliggende zijkanten.

Controleer de sluiting

Pak de twee uiteinden links samen en de twee uiteinden rechts samen. Trek beide paren voorzichtig uiteen: de bovenkant hoort gelijkmatig te rimpelen. Open het zakje weer door de rand met je vingers uit elkaar te schuiven. Maak daarna in ieder uiteinde een stopknoopje dat niet door het gaatje kan verdwijnen.

Veelgemaakte fouten oplossen

Het pand wordt smaller

Controleer de eerste en laatste vaste. Een vergeten eindsteek verandert N. Markeer echte steken en tel elke rij voordat je verdergaat.

De rij na de gaatjes wordt te breed

Waarschijnlijk haak je zowel in een lossenboog als in de losse zelf. Werk één vaste per boog en één per bestaande vaste. In het voorbeeld eindig je weer met 28 vasten.

Het zakje trekt maar aan één kant dicht

Volg elk koord afzonderlijk. Beide moeten helemaal rondom lopen. De uiteinden van koord 1 komen links uit, die van koord 2 rechts.

De koorden schuiven stroef

Controleer op dichtgenaaide gaatjes, draadstaarten en gesplitst garen. Probeer een dunner koord als twee koorden samen te dik zijn voor de openingen.

Variaties en cadeau-ideeën

Maak een rustige serie in bordeaux, donkergroen en naturel. Verander voor je eerste variatie alleen de kleur: zo blijven telling en montage vertrouwd. Met een contrasterende laatste rij krijg je een klein accent zonder de constructie te veranderen.

Een zelfgehaakt plat kerstcadeautje als ornament is een passende kleine inhoud. Je kunt het zakje ook combineren met een gehaakte boekenlegger als persoonlijk geschenk. Wil je een los decoratief detail toevoegen, bekijk dan de kerststrik en houd de trekkoorden vrij.

Gebruik het zakje voor lichte cadeautjes. Verpak losse eetwaren eerst apart, zodat kruimels of vet niet in het haakwerk komen. Haal de inhoud eruit voor het wassen, volg het garenetiket en laat alles volledig drogen voordat je het opnieuw vult.

Techniekvideo: gewone vasten haken

De onderstaande DROPS-les laat vasten in de beginketting en door beide bovenste lussen zien. De video heeft geen gesproken geluid en wordt begeleid door Nederlandse tekst. Voor de gaatjesrij, maat en koordroute volg je de beschrijving hierboven.

Bekijk de DROPS-techniekvideo

Veelgestelde vragen over een cadeauzakje haken

Hoeveel lossen zet ik op?

Voor het basisvoorbeeld zet je 29 lossen op en haak je 28 vasten per gewone rij. Bij een aangepaste maat zet je altijd N + 1 lossen op, waarbij N het berekende even aantal posities is.

Waarom telt de gaatjesrij maar 16 vasten?

Twaalf bestaande vasten worden vervangen door twaalf lossen boven overgeslagen steken. Daardoor bevat de basisrij 16 vasten en 12 lossen: samen nog steeds 28 posities. De volgende rij maakt er weer 28 vasten van.

Moet ik de twee koorden aan elkaar knopen?

Nee. Het zijn twee aparte koorden die elk rondom lopen. Laat hun uiteinden per zijkant vrij, met een stopknoopje in ieder uiteinde. Pak de twee uiteinden aan dezelfde kant samen vast om te sluiten.

Kan ik één koord gebruiken?

Met één rondlopend koord kun je de opening rimpelen, maar de bediening wordt anders. Voor de sluiting in deze uitleg gebruik je twee koorden vanaf tegenoverliggende zijkanten.

Hoe maak ik het zakje hoger?

Verhoog R en verplaats de gaatjesrij mee naar R − 3. Zo blijven er drie dichte rijen boven de sluiting staan. Haak beide panden met dezelfde aangepaste aantallen.

Kan ik restjes garen gebruiken?

Ja, als je genoeg hebt voor twee gelijke panden en de draden dezelfde dikte en verzorging vragen. Maak bij ander garen opnieuw een proeflapje. Voor koorden is een glad, soepel restje het gemakkelijkst.

Het patroon in het kort

  1. Meet je cadeau, maak een proeflapje en bepaal een even N en totaal R.
  2. Haak twee panden: gewone vasten, gaatjes op rij R − 3, daarna nog drie dichte rijen.
  3. Sluit alleen de zijkanten en onderkant; laat bovenkant en gaatjes open.
  4. Haak twee koorden en rijg elk helemaal rondom, vanaf een andere zijkant.
  5. Controleer de sluiting, werk draden weg en vul met een licht cadeautje.

Basisvoorbeeld: 29 lossen, 28 posities, 40 rijen per pand; gaatjesrij 37 bevat 16 vasten en 12 lossen. De volgende rij telt weer 28 vasten. De geplande pandmaat van 14 × 16 cm geldt alleen bij 20 vasten en 25 rijen per 10 cm.

Bronnen en verdere uitleg

Geraadpleegd op 29 oktober 2026. De primaire bronnen ondersteunen basissteken, gareninformatie, proeflapjes en de historische projectkeuze. Het volledige RUZVO-patroon is zelfstandig geschreven.

Bewaar je volgende cadeauproject

Noteer je eigen maten en aantallen bij dit patroon. Zo haak je later gemakkelijk nog een passend zakje in een andere kleur.

1 thought on “Cadeauzakje haken met trekkoord: gratis beginnerspatroon”

Leave a Comment